Categorie: Reis Australie (Pagina 2 van 4)

Campertje – Cheynes Bay

In Bremers Bay hadden we niet het geluk om walvissen te spotten. (Het is natuurlijk wel laat in het seizoen………………..of eigenlijk is het seizoen al voorbij.) Maar….we geven de moed niet op en wat lazen we op internet?! Een baai verderop was dit weekend nog een moeder met kalf gesignaleerd. Cheynes Bay, dus! We besloten hier een tussenstop te maken. Op een caravansite die door WikiCamps bejubeld werd.

De camping is inderdaad schitterend. Onze site biedt uitzicht op de baai. Dus Beppie installeert zich acuut om walvissen te spotten.

We wisten al dat het weer zou veranderen van zonnig en onbewolkt naar bewolkt en mogelijk regen. Het was in ieder geval erg winderig. Voor alle zekerheid (stel je voor dat het heel hard gaat regenen!) zijn we met het campertje nog naar uitzichtplekken gereden op advies van de receptioniste. Zij liet ons haar foto van gisteren zien, waarop een walvismoeder en kalf in kraakhelder water te zien waren…

Met dit soort golven en wind is walvisspotten vrijwel onmogelijk, HELAAS. Desondanks is het uitzicht en het enorme geweld van de Southern Ocean een spektakel om mee te maken.

En ja hoor…… het begon te regenen. De rest van de avond en nacht regende het pijpenstelen. Dat weerhoudt de kangoeroes er niet van om gewoon naast ons campertje te grazen.

Campertje – Bremer Bay-2

Als eerste vanochtend begonnen met omwisselen reservewiel omdat we nog niks hadden gehoord over verwisselen/reparatie band. Omdat er bij het campertje alleen wat primitief gereedschap zat even weer wat hulp van campers gevraagd en kon toen wel moeren loskrijgen en auto fatsoenlijk opkrikken. Net nadat dit klaar was belde de garage. Hij was toch komen werken op zaterdag omdat hij ook nog andere klussen had liggen. Lekke band erheen gebracht (bleek overigens Nederlandse ouders te hebben (heette Paul Dejong). We konden hem als het goed ging in de loop van de middag weer ophalen.

Daarna lekker rondgetourd met busje. Er zijn hier meerdere baaien, de een nog mooier als de ander en bijna geen toeristen deze tijd van het jaar dus soms het rijk alleen op een stop.

Helaas geen walvissen, is toch beetje laat in het seizoen, maar wie weet treffen we komende dagen verderop langs de kust nog een verdwaalde walvis.

En op terugweg nog even wat drinken met uitzicht

En toen nog even langs garage om gerepareerd band er weer onder te laten zetten. Kunnen we morgen weer verder reizen.

Campertje – Bremer Bay

De volgende ochend blijkt de band voor de helft leeg gelopen te zijn. Als de andere kampeerder, die volgens ons wel een compressor zal hebben, want een typisch outdoormens met 4×4, wakker is om 7.00 uur durven we te vragen of hij een compressor heeft. En ja, dat is zo. En ja, hij is bereid onze band op te pompen. Met onze opgepompte band willen we zo snel mogelijk de bewoonde wereld met telefoonbereik opzoeken. Dan kunnen we regelen dat de kapotte band geplakt kan worden.

We rijden naar Bremer Bay (Ook bekend om het feit dat je er walvissen in de baai kunt treffen…………..afgelopen maandag nog een moeder met kalf horen wij van twee verschillende personen hier lokaal…….) en regelen onze zaakjes. Als het goed is komt er morgenochtend assistentie voor de band.

We maken een eerste wandeltocht naar 2 uitzichtpunten. Ook hier weer een rivier die na het natte seizoen doodloopt bij het strand.

De camping ziet er mooi groen uit met veel gras, is duidelijk te merken dat het zuidelijker minder heet en droog klimaat is.

Weer wat inkopen gedaan voor komende dagen en ook lekker een was gedaan vandaag omdat we hier toch een dag extra blijven staan.

Campertje – Point Ann…..of toch niet…..

Na een lekker ontbijtje nemen we afscheid van onze kampvuurvrienden en het fijne caravanpark aan de voet van de Bluff Knoll. Bestemming: Point Ann. Het punt in Fitzgerald National Park waar je de grootst mogelijke kans hebt om walvissen te zien in de baai. Jippie WALVISSEN!!!!

We gaan nog even, met een omweg van 60 km totaal, boodschappen doen in Jerramangup (wie weet hoe je dat uitspreekt mag het zeggen). Aangekomen in het park lezen we op borden dat we ons aan moeten passen aan de conditie van de wegen. Oei, zou dat betekenen dat de wegen kapotgereden zijn en wij er met ons campertje niet overheen kunnen rijden???

De weg is tot aan het park asfalt en goed te rijden. Als we het park inrijden wordt de weg al maar slechter, gravelroad waar al heel veel 4 wheeldrives heel hard overheen gereden hebben. We redden het tot het bord dat zegt dat we rechtsaf moeten en dat het dan nog 16 km is tot Point Ann. We draaien de weg op en we zien het al…………..enorm “corrogated” oftewel kapotgereden. We proberen een paar honderd meter of het beter wordt. Maar helaas, dat wordt het niet. Teleurgesteld besluiten we om terug te rijden en te gaan overnachten bij de dichtsbijzijnde plek, Quaalup Homestead Wilderness Retreat Center. Op deze plek is geen mogelijkheid om stroom of water bij te tanken, ook is hier geen telefoonbereik.

Daar aangekomen valt het ons op dat de linkerachterband wel heel slap staat. De eigenaar is bereid om met zijn compressor wat lucht in onze achterband te pompen. Op die manier kunnen we in de loop van de dag kijken of en hoeveel lucht eruit loopt.

We maken weer een bijzondere wandeling met weer nieuwe bijzondere planten, die alleen hier voorkomen. En zomaar 2 Kookabarra’s op tak naast campertje

Deze groeit alleen in dit gebied

Lijkt dood maar is echt een soort bloem/zaadknop

Campertje – Bluff Knoll

Vandaag staan we supervroeg op (5.30 uur), want we willen ontdekken hoe ver we de Bluff Knoll kunnen beklimmen. De beklimming duurt zo’n 3 a 4 uur is ons gezegd, dus we hebben de tijd nodig om vóór een uur of twee, als het echt te heet wordt, terug te zijn.

De klim is steil en is gemakkelijker gemaakt door het aanleggen van treden. Helaas zijn dit wel reuze treden (sommige meer als 40 cm) Beppie redt het uiteindelijk tot halverwege. Hans gaat nog iets verder door.

A great step for mankind, giant steps for Beppie

Campertje – Stirling Range

Hans realiseerde zich dat hij de vorige keer dat hij hier was met Margaret Bluff Knoll beklommen heeft. Bluff Knoll is onderdeel van de Stirling Range (bergketen) en de 1 na hoogste berg van West Australië.

We rijden via de scenic drive door het Nationale Park Stirling Range met weer bijzondere planten die volop in bloei staan.

We komen aan bij een leuk caravanpark onder aan de voet van de berg.

Uitzicht op enorm grote schapenweide
Zonsopkomst
Camperskitchen met kampvuur

Campertje – Wagin

Vandaag leggen we de afstand naar Wagin (spreek uit Weejin).

We hebben trouwens ongelooflijk veel lol met al die plaatsnamen hier. We vragen ons zeer regelmatig af hoe je die naam nu weer uitspreekt en verzinnen dan maar wat. (Kijk maar op de landkaart en doe met ons mee, knipoog. Wyalkatchem?) Daarnaast bestaan er ook namen van wegen als Elsewhere Road en Rabbit Fence Proof Road.

We rijden op de grens van de Wheatbelt gebied met het graan in volle bloei of zelfs al net geoogst. Dat levert bijzondere plaatjes op. Enorme silo’s waarin het graan wordt opgeslagen, gigantische roadtrains die het graan vervoeren.

Maar ook dat de boerderijen hier wat dichter op elkaar staan dan tijdens de vorige ritten door de Wheatbelt. (Daar kon je tientallen tot wel honderd kilometer rijden voordat er weer een boerderij te zien was.) Op die boerderijen zie je dat ze allerlei voertuigen gewoon laten staan om te verroesten. Niet naar de sloop brengen, maar laten staan. Zo ontstaat er op hun terrein een wonderlijke verzameling van tractoren, auto’s en andere voertuigen van overovergrootvader, overgrootvader, grootvader, vader en zoon…..

Wagin was bedoeld als tussenstop om te slapen. Verder weinig interessants te doen of zien, vonden wij. Het hele gebied tot aan de kust zijn namelijk “historical” plaatsen, die proberen een graantje van het toeristensucces van York mee te pikken.

Wat we wel leerden was dat een club wegwerkers ’s avonds slaapt op goedkope caravanparks die op hun route liggen. Deze avond waren er 6 wegwerkers, waarvan er 3 in tentjes en 3 in de cabine van hun grote voertuigen sliepen……..

Deze avond besloten we om morgen naar Stirling Range te gaan.

Campertje 2 – York

Het deel met dit campertje is bedoeld om het Zuidwesten te ontdekken. We willen via het binnenland naar Esperance afzakken en langs de kust de weg terug naar Perth rijden.

De eerste stop is York, waar we ook weer 2 dagen blijven, om het campertje te leren kennen én omdat het een leuke plek is. York is een stadje wat ontstaan is doordat het op de route naar de Goldfields lag. Een doorvoerplek voor alle mensen die hun geluk wilden vinden in het zoeken naar goud. De historische (200 tot 300 jaar oud) gebouwen zijn bewaard gebleven en het stadje is bedoeld om de “sfeer van toen” te laten ervaren. Dat lukt ze aardig.

Gemeentehuis
1 van de vele oude hotels voor golddiggers die wat goud hadden gevonden
Benzinepomp met reclameborden uit vele decennia

Zo kopen we Hollandse stoepkrijtjes bij de Penny Farthing Sweets Shop. Een rariteitenkabinet aan snoep (ook Hollands snoep voor de toenmalige Nederlandse immigranten) en voorwerpen.

Ook komen we een “antiquariaat” tegen. Of eigenlijk meer de winkel van Malle Pietje of de Winkel van Sinkel.

Blijkt het ook nog de 50e verjaardag van de oldsmobile club te zijn. We hadden onderweg van Perth naar hier al heel wat oldtimers op de weg gezien. Nu blijkt dat ze hiernaartoe onderweg waren. Wat een beauty”s.

Campertje – Perth

Ons eerste campertje moet morgen ingewisseld worden en het 2e kunnen we dan ophalen.

Vandaag gaan we na onze wandeling in Yanchep park naar Perth. Bij Bart en Mel gaan we spullen uit de koffers omwisselen, zodat we de helft van onze bagage bij hen kunnen laten staan. Mel geeft ons nog een dekbed mee, zodat we een extra laag hebben. Heel erg fijn, want afgelopen nacht hebben we het echt té koud gehad.

Nog wat boodschappen doen, jawel bij de ALDI! En snel een caravanpark in Perth zoeken wat dichtbij het ophaalpunt van de 2e camper ligt. Het wordt Banksia Holidaypark. Een vreemde gewaarwording om tussen een soort van permanente gasten te staan op een vakantiepark met allerlei faciliteiten zoals een zwembad en speeltuin. We zijn verwend geweest met onze natuurplekken op Milligan Island en Yanchep Park!

Maar ook hier weer toch veel mooie bloemen en vogels.

Bottlebrush + Honeyeater

Dag lief Campertje 1 je hebt het goed gedaan op al die honderden kilometers gravelroad !

Campertje – Yanchep National Park

Op weg naar Yanchep National Park rijden we door Lesueur National Park. Het park is een 18 km lange scenic drive. (De gravelroad er naartoe was de eerste echte slechte, alles rammelde en hotste en knotste.)

En dan…………….. yes,yes,yes, de eerste, midden op de weg, weghupsende KANGAROE. Na Beppie’s enthousiaste reactie kon de camera nog net op tijd gepakt worden om ‘m te fotograferen:

Yanchep Park is het park waar Hans vroeger met het gezin soms op dagtocht ging. Het is een prachtig park met een caravansite, een heerlijke plek, waar we een avond blijven staan, alweer zonder stroom. Rond de avond steekt de camphost het kampvuur aan en hebben we interessante ontmoetingen met andere kampeerders en met …………………. de eerste groepjes kangaroes.

We wandelen de volgende ochtend door het park om het te verkennen. Hans herkent met name het meer, Loch McNess, waar we omheen lopen. Inmiddels is het dichtgegroeid met inheemse plantsoorten. Toen Hans er met kwam als jochie was het een open meer waar op geroeid kon worden.

Er zitten ook Koala’s in een afgeschermd stukje park. Ze zitten hoog in de bomen, dus hun schattige snuitjes krijgen we niet te zien.

We komen veel vogels tegen.

Kookabaru, de nationale vogel
Blue Wren
Zwarte Ibis

Campertje – Milligan Island Eco Camping

Het wordt tijd om uit te proberen hoe het is om met beperkte faciliteiten te kamperen. Tot nu toe zochten we steeds caravanparken met stroom, water, toilet, douches en kampeerderskeuken.

Nu proberen we een plek met alleen toilet en BBQ. In principe hebben we water, gas, een tweepitskookplaatje en een koelkastje in het campertje. We kunnen 2 dagen zonder stroom als we de telefoons opladen tijdens het rijden.

En wat een plek!!!!! Zoooo mooi. 100 meter van het witte strand vandaan.

’s avonds gaan we terug om de zonsondergang door de rots te fotograferen.

Voordat de zon ondergaat wacht ons nog een verassing. Een visarend zit zijn vangst van de dag te verorberen. Hans kan er tot op 2,5 meter dichtbij komen om foto’s te maken.

’s ochtends nog even weer genoten van alle ongerepte natuur hier.

Campertje – Port Denison

Nu wordt het tijd om langs de kust af te zakken naar Perth. Dat doen we. We beginnen binnendoor te rijden naar Port Denison.

Eerst langs Ellendale Pool, een mooie natuurlijke zwemmeertje onderaan de rotsen, helaas was het water nog erg koud deze tijd van het jaar. Beppie vind de naam en de plek passen bij een scene uit Lord of the Rings.

Weer een gravelroad. We zijn al borden tegengekomen dat er mogelijk water op de weg kan stromen………… We hebben eerder al een schattig stroompje gevonden wat over een weghelft stroomde, waardoor de andere weghelft nog goed te berijden was.

Hier wordt het anders. Beppie wil uitstappen om verder op de weg te kijken of er water staat…….. En jawel hoor. De weg is overstroomd. Op dit punt bestaat de weg niet uit gravel, maar zijn er grotere keien ingelegd, zodat auto’s er niet in wegzakken maar juist grip hebben. Hans demonstreert, op blote voeten, dat het water tot net boven zijn enkel komt. Beppie weigert desalniettemin om hotsend en botsend mee te rijden in het campertje en maakt de oversteek op blote voeten. (In het campertje was achteraf niet zo heel erg geweest….)

Gelukkig hebben we onszelf, na dit avontuur, verwend met 2 dagen op een wat luxer caravanpark aan de Indische Oceaan. We doen ook een wasje, want dat moet soms ook gebeuren. We wandelen langs de boulevard van Port Denison, terwijl er zowaar even een regenbui is. We trakteren onszelf op “fish and chips”, hmmm, lekker met azijn en zout……

We maken een prachtige wandeling langs de kust. De Irwin rivier loopt door Dongara en Port Denison. Normaal gesproken mondt een rivier uit in zee/oceaan. Deze rivier blijft echter een paar meter voor de oceaan liggen, terwijl de oceaan haar golven op het strandje beukt.

Wat begon als een wandeling om de rivier heen bleek te eindigen in een vrij ontoegankelijk stuk moeras/bush zonder pad. Aangezien we de weg waar we uit moesten komen zagen liggen zijn we toch maar doorgesjouwd.

Campertje – Mullewa

Van Coorow naar Mullewa. Mullewa staat vooral bekend om de wildflowers. We hebben geluk dit jaar, dit seizoen. De wildflowers bloeien overal uitbundig. We wandelen het wildflowertrail in Mullewa.

Behalve veel graan en koolzaad zijn hier ook de nodige schapenboeren. En die moeten dan soms van de ene weide naar de andere toe..

Campertje Coorow

We rijden voornamelijk via gravelroads naar Coorow, van die typisch rode, stoffige wegen. De wegen zijn prima onderhouden, dus best goed te berijden. We rijden tientallen kilometers zonder ook maar ander verkeer tegen te komen.

Onderweg veel vergezichten over de eindeloze akkers met vooral graan en koolzaad. De graanvelden zijn prachtig goudgeel in de zon. De koolzaadvelden knalgeel.

En voornaamste bestemming onderweg was Coalseam Conservation Park. Daar een mooie diep uitgesneden rivierbedding en heel veel bloemen.

Campertje – Kalannie

Ons plan is om naar het Noorden, via de Wheatbelt, te rijden langs interessante plekken, die we in een foldertje van Westonia vonden. Eerst maar tanken in Southern Cross. Roadtrains zijn hier heel gebruikelijk voor het vervoeren van van alles en nog wat. Je komt ze overal tegen, die gigantisch grote vrachtauto’s met 2, 3 of zelfs vier aanhangers.

Southern Cross is het sterrenbeeld in de lucht, waarvan de sterren ook in de vlag verwerkt zijn.

Op de rit van Westonia naar Kalannie komen we mooie plekken tegen. Met de meest wonderbaarlijke namen: Baladjie Rock, Elachbutting Rock. Ook halve of helemaal opgedroogde meren, waardoor er witte zoutkorsten te zien zijn, die schitteren in het zonlicht.

Zoutmeer bij Baladjie Rock
Baladjie Rock
Elachbutting Rock
« Oudere berichten Nieuwere berichten »